Nieuws

​Paulo Martina | Rebelse museumdirecteur maakte droom waar

Delen

​Paulo Martina | Rebelse museumdirecteur maakte droom waar

DRACHTEN - Paulo Martina groeide op op Curaçao. Als de middelste van drie zoons beleefde hij een geweldige jeugd. Vader was rector van een middelbare school, moeder zorgde dat haar mannen niets tekort kwamen. Altijd mooi weer, schitterend vrijstaand huis en twee boezemvrienden met wie Paulo altijd samen was. ,,Ik had een prachtleven.” Toen kwam vader binnen. Hij had nieuws.

Paulo Martina, in 1964 geboren op het grootste eiland van de Nederlandse Antillen, is directeur van het museum in Drachten (Museum Dr8888). In 2018 is het museum het brandpunt van tal van exposities die de kunststromingen dadaïsme en De Stijl eren. Dada in Dr88888888 laat de grote invloed zien die Drachten had op het Friese modernisme. Paulo Martina leidt het project.

In zijn comfortabele maar eenvoudig ingerichte directiekamer in Drachten praat de aimabele Martina gemakkelijk. Hij is een no-nonsense figuur. Wars van opsmuk of dedain en vriendelijk en extravert. Het is een beetje alsof de student kunstgeschiedenis hem nooit heeft verlaten. Maar hoe vrolijk zijn inborst ook, heel even verdwijnt de fonkeling in zijn ogen. Hij waant zich weer kort het twaalfjarige jongetje dat met het zand in de teenslippers de bezorgde blik van vader ontmoet. Vader had nieuws. Slecht nieuws.

Pesterij in grauwe textielstad
,,Hij vertelde ons dat we gingen verhuizen. Naar Nederland. Hij had er werk gevonden als leraar op een school in Enschede.” Paulo en zijn broertjes waren daags na het onheilsbericht ontroostbaar. Naar Nederland, het land waar zijn moeder geboren was. Naar Enschede. Naar wat eigenlijk? ,,Ik moest iedereen achterlaten. Ook onze beide honden. Het was afschuwelijk.”

Enschede was midden jaren zeventig een grauwe textielstad. In alles het tegenovergestelde van het tropische eiland in de Caribische Zee. De vrijstaande villa was ingeruild voor een rijtjeshuis in een nieuwbouwwijk. Geen palmbomen, maar lantaarnpalen. Met vaders bedoelingen was overigens weinig mis: hij wilde voor zijn drie jongens een betere toekomst. ,, Hij wist dat de aansluiting van het voortgezet onderwijs met hbo en universiteit moeilijk was op Curaçao. Nederland zat in die jaren te springen om goede leraren.”

Nu begrijpt Paulo Martina zijn vaders carrièreswitch volledig. Hij is hem zelfs dankbaar. Maar toen, halverwege de zeventiger jaren mokkend in zijn slaapkamer in de saaie hoekwoning aan de Eulebrink, brandde Paulo’s heimwee vurig. Groot was het verlangen naar het strand van Willemstad.

De broertjes Martina vormden een etnische bezienswaardigheid. In het Enschede van toen vormde de Indische gemeenschap de enige exotische uitwas. Paulo had geluk, want zijn één jaar oudere broer zat bij hem in de klas. Maar waar de twee oudsten elkaar in de klas steunden, stond de jongste er vaak alleen voor. ,,Hij werd enorm gepest.” De ellende etterde zo’n anderhalf jaar voort waarna vader opnieuw ingreep. Het ging zo niet langer en het gezin verhuisde naar Lochem. Pa ging les geven op een school in Zutphen.

De oorring van piraat Paulo
De verhuizing luidde een nieuwe heftige periode in. ,,In Lochem was namelijk niets te doen voor jongens van onze leeftijd. We verveelden ons, gingen dingen uithalen en zochten de grenzen van het toelaatbare op.” Soms duikelden ze er overheen. De vriendengroep van Paulo was geen verzameling koorknapen. Een van de jongens had zijn rijbewijs. Toen die eens dronken achter het stuur kroop, met Paulo en zijn maten op de achterbank, reed hij een meisje aan. Van de fiets was niets meer over, maar het meisje kwam wonderwel met de schrik vrij. ,,Dat was een soort van wake-up-call. Er ging bij mij toen wel een knop om.” Tot grote vreugde van zijn moeder, voor wie de terugkeer naar haar moederland tot Lochem geen pretje was geweest. ,,Ze had veel met ons te stellen.” Paulo zag er uit als een piraat, vond vader. Die kon het oorringetje van zijn opstandige zoon niet waarderen.

Op school verging het de leergierige Paulo uitstekend. Hij spijbelde niet en al haalde hij regelmatig een nachtje door, ’s ochtends nam hij trouw deel aan de lessen. Paulo waagde zich na het atheneum aan de zware toelating van de prestigieuze Rietveld Academie in Amsterdam. Met succes. ,,Ik kon goed tekenen en werd hierin thuis gestimuleerd. Mijn vader hield van kunst, maakte in zijn vrije tijd installaties door auto-onderdelen in beton te gieten. Ik vond dat mooi.”

Hij ging in Amsterdam wonen (,,en ben daarna een keer of tien in de stad verhuisd”) en hield het na twee jaar ‘Rietveld’ voor gezien. De Academie werd een teleurstelling. Een van de leraren deed maar wat, vond Martina. Hij wilde de technieken beheersen voordat het ware kunstenaarschap intrad. Maar in plaats daarvan trof hij een ongemotiveerde docent aan, die soms dronken op kwam draven. ,,Gelukkig is in de jaren negentig schoon schip gemaakt met dit soort docenten."

Martina betrok een woning in De Pijp. Het waren de jaren van de krakersrellen. Paulo’s kunst, zijn tekeningen en illustraties, vonden ondertussen gretig aftrek.

De eeneiige tweeling Daan en Willem Ekkel, die Martina uit Lochem kende, woonde ook in Amsterdam. De broers presenteerden het VPRO programma Jonge Helden. De tweeling peilde een paar seizoenen lang de jongerencultuur in Nederland. ,,Ik schreef wel eens sketches voor het programma en was sprekend figurant”, weet Paulo nog. ,,Ik had een perskaart en deed eens verslag van de krakersrellen. Dat ging er ongelooflijk heftig aan toe. Die beelden staan helder op mijn netvlies. Er waren jongens bij die kapot geslagen flessen in politiepaarden staken. Dat waren geen krakers, maar voetbalhooligans. Jongens van de F-side die uit waren op rellen.”

Goed verdienende student
Waar zijn broers een loopbaan in de IT en bouw prefereerden, hield Paulo vast aan zijn creatieve ambitie. Die mondde halverwege de jaren tachtig uit in een studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte naast zijn studie als freelancer voor het tijdschrift Millennium en ontwierp decors voor een theatergezelschap. Alle drukte zorgde ervoor dat zijn vierjarige studie aan de UVA een jaar langer duurde. Dat was niet erg. ,,Het geld dat ik verdiende, was goed. Onregelmatig, dat wel. Er zaten maanden tussen dat ik nauwelijks iets verdiende. Maar het gebeurde ook dat er zomaar 4.000 gulden op mijn rekening werd gestort.”

Later woonde Paulo in de Staatsliedenbuurt, destijds hét bolwerk van de kraakbeweging. Café De Rioolrat was het epicentrum. ,,Daar rook het binnen vaak naar traangas.”

Vriendschap met Friese dichter
Het spannende leven bekoorde, al bewoog Paulo zich dit keer ruim binnen de grenzen van het fatsoen. Hij manifesteerde zich in zijn eerste lange relatie als een ,,trouwe, monogame man”. Zijn meisje kwam uit Herbaijum en haar vader was de Friese dichter Josse de Haan. De relatie hield tot zijn 31ste stand. ,,Met haar vader Josse bouwde ik een vriendschap op. We werkten ook verschillende keren samen. Dan maakte ik de illustraties bij zijn gedichten.” Paulo kwam graag bij de pake en beppe van zijn vriendin. ,,Pake was de laatste kaatsenballenmaker van Friesland. Hij legde me in het Fries uit hoe hij zo’n bal maakte. Ik stelde mijn vragen in het Nederlands. Maar we begrepen elkaar. Zo kreeg ik elf jaar lang Friese les.”

Na de UVA werd hij aangenomen door de Kunstuitleen in Utrecht. ,,Inpakken en ophangen”, waren de voornaamste taken van het manusje-van-alles. Hij maakte snel promotie en al na twee jaar was hij namens de Kunstuitleen consulent voor de zakelijke en particuliere markt. Hij adviseerde de directie van ABN Amro en hielp de happy few die twijfelde tussen een Corneille of Jan Cremer aan hun muur. Zelf vervaardigde hij zijn laatste kunstwerk in 2003. De slotexpositie was in zijn vaste galerie in Laren. ,,Kunstenaar is een eenzaam beroep. Op een gegeven moment was ik gewoon klaar.”

Hij verruilde Amsterdam voor een woning in Bilthoven, dicht bij Utrecht. Hij kreeg opnieuw verkering – met de vrouw met wie hij nog steeds getrouwd is – en werd vader van een zoon. Maar Bilthoven, de Randstad, was geen goede plek voor hun opgroeiende jongen. Met de zoete herinnering van het rustige, weidse en betrekkelijk overzichtelijke Friesland bijna tastbaar, vertrok het gezin Martina naar het noorden. Echtgenote gaf haar baan bij het tijdschrift Ariadne at Home op voor een huis in Nieuweschans, in het oosten van Groningen. Ze koos voor de zorg van hun zoon en – later - dochter die vijf jaar geleden geboren werd.

Inmiddels was Paulo het hoofd van de collectie van de Kunstuitleen, maar eiste de dagelijkse treinreizen – de acht uren op en neer – hun tol. Hij zocht een werkadres dichter bij huis en ging aan de slag bij Keunstwurk. Hij schreef onder andere het masterplan kunst in opdracht van de gemeente Achtkarspelen en adviseerde over Kunst in de openbare ruimte.

Het succes van Museum Drachten
Zijn aanstelling in Drachten, dat toen nog Museum Smallingerland heette, volgde vijf jaar geleden. Met bravoure stelde hij de gemeenteraad direct voor een keuze: verander de naam in Museum Dr8888. Ten einde een herkenbaarder museum te worden. Hij wenste bovendien minder afhankelijk van de politieke partijen te worden - ,,de derde geldstroom” – en won het vertrouwen van twee belangrijke sponsoren (Philips en Rabobank). Museum Drachten groeide onder zijn leiding uit tot een voornaam museum voor beeldende kunst en werd door steeds meer mensen bezocht. Het bezoekersaantal is ten opzichte van 2010 meer dan verdubbeld: van jaarlijks gemiddeld 8.000 naar 19.000 in het afgelopen jaar.

In 2013 werd het museum genomineerd voor de jaarlijkse museumprijs en al ging die prijs naar het Joods Historisch Museum, de vele publiciteit zette ‘Drachten’ landelijk op de kaart. ,,Ik droomde als beginnend student van een baan als museumdirecteur en dat is uitgekomen.”

Zijn ouders zijn allebei achter in de zeventig. Vader is onlangs weer begonnen met schilderen. In retrospectief is Paulo zijn vader dankbaar. Omdat hij zijn zoons in Nederland de kans bood een succesvol sociaal en maatschappelijk leven op te bouwen. ,,Al bezoek ik het eiland nog af en toe, ik mis Curaçao vooral als ik daar niet ben.”

---------------------------------------

Dada in Dr88888888

In 2016 bestaat het Dadaïsme 100 jaar. Een jaar later viert De Stijl zijn eeuwfeest. Museum Dr8888 en het Van Doesburg-Rinsemahuis eren in 2018 de beide kunststromingen. Het Dadaïsme en De Stijl stonden aan de basis van het Fries Modernisme. Tijdens verschillende tentoonstellingen laten de musea de betekenis van Drachten voor het Modernisme in Fryslân zien. Er zijn exposities van internationale en Nederlandse en Friese kunstenaars. Het project wordt geleid door Paulo Martina.

De foto is gemaakt door Ruben van Vliet.