Nieuws

In de media | Eerbetoon rugbyers op waarde geschat door Volkskrant

Een screenshot uit de Volkskrant.

Delen

In de media | Eerbetoon rugbyers op waarde geschat door Volkskrant

LEEUWARDEN - Een bijzondere wedstrijd verdient bijzondere aandacht. In Leeuwarden werd zaterdag de Centennial Memorial Match gespeeld, een rugbywedstrijd die honderd jaar geschiedenis bij zich droeg. Een van de aandachtige toeschouwers in Leeuwarden was Volkskrantjournalist Bart Jungman. Leeuwarden-Fryslân 2018 biedt u het artikel hieronder aan.

Uit de Volkskrant van maandag 7 november 2016:

'Hoe rugby Nederland veroverde'

Een eeuw geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog, lieten geïnterneerde Britse militairen Nederland kennis maken met hun stoerste sport. Bij de Leeuwardense club Greate Pier herleeft zaterdag de geschiedenis.

Het is 1916 in de kantine van de Leeuwardense rugbyclub Greate Pier. Een grote kaart van Europa schetst de verhoudingen tussen de oorlogvoerende naties. De stad Antwerpen is uitvergroot. Pijlen gaan richting Zeeuws-Vlaanderen en daarna in een diagonaal naar Groningen.

Er hangen ook foto's die het gevolg daarvan tonen. Britse militairen trekken door de stad Groningen, muziek makend of in colonne op weg naar de bio-scoop. Dankzij Het Polygoonjournaal kunnen ze op de hoogte blijven van de krijgsontwikkelingen waarvan zijzelf waren buitengesloten.

Buiten is het 2016. Britse mariniers melden zich op het sportpark aan de Langdeelstraat. Bij de kleedkamers scheiden hun wegen. De Northern Region verdwijnt door de deur waar-boven de Schotse vlag wappert. De Eastern Region verzamelt zich onder het rood-wit van Engeland. Over ruim een uur zal het personeel van vliegbasis Clyde in Leeuwarden tegenover dat van Portsmouth staan.

De Centennial Memorial Match overbrugt deze zaterdagmiddag honderd jaar geschiedenis. De kern van die geschiedenis ligt besloten in die pijlen op de grote landkaart. Herdacht wordt op het sportcomplex van Greate Pier de periode tussen 1914 en 1918 toen Europa het slagveld was van de Eerste Wereldoorlog.

Winston Churchill, die in een volgende wereldoorlog de gevierde man zou worden, had als bataljonscommandant 1.500 reservisten naar Antwerpen gestuurd. De Duitse opmars moest gestuit worden. Maar de Britten werden weggeblazen door de Dikke Bertha's, een nieuw type kanon waarmee de Duitsers in het voordeel waren.

Bij de haastige terugtocht vergat Churchill zijn reservisten te alarmeren. Daarom leidde commandant Wilfred Henderson zijn mariniers naar de dichtstbijzijnde grens met het neutrale Nederland. Volgens de internationale verdragen, vastgelegd in de Conventie van Genève, moesten de soldaten hun wapens inleveren en werden ze geïnterneerd.

In de roes van die eerste oorlogsmaanden leek dat een kwestie van maanden. Het werden vier lange jaren. Van het zuidwesten moesten de drie bataljons van het eerste Royal Naval Brigade naar het noordoosten, waar een barakkenkamp werd ingericht op de plek waar nu de Van Mesdagkliniek in Groningen is gevestigd.

Menno Wielinga, een zilvergrijze spraakwaterval, wijst naar een witte villa op een van de foto's in de kantine. 'Daar zat vroeger mijn tandarts.' Wielinga heeft de herinnering geboekstaafd aan wat toen 'Het Engelse Kamp' heette, een nogal wrange zijlijn in een geschiedenis die een paar honderd kilometer verderop zo bloedig was.

De Britse militairen, exotische wezens in het Groningen van honderd jaar geleden, waren aanvankelijk aan strikte regels gebonden. Naarmate de oorlog voortduurde, werd hun bewegingsvrijheid groter. Ze maakten Groningse meisjes het hof en wekten aldus de woede van Groningse jongens. Wielinga: 'Dat werden echt knokpartijen.'

Niet iedereen was even gelukkig in Timbertown, zoals de Britten hun barakkenkamp noemden. Ansichtkaarten getuigen van geslaagde ontsnappingen naar het vaderland. Sommigen staken opnieuw het Kanaal over om de wapens weer op te pakken.

Voor de achterblijvers in Timbertown nam sport de plaats in van oorlogsvoering. Elke ochtend stond een lange mars op het programma. Toen de teugels langzaam maar zeker werden gevierd, konden de Britten ook hun bijdrage leveren aan de ontwikkeling van sport in Nederland.

Harry Waites, een van de geïnterneerden, raakte betrokken bij de Groningse voetbalclub Be Quick. Na afloop van de oorlog bleef hij hangen in Nederland en leidde Be Quick in 1920 als coach naar de landstitel. Groter succes heeft het Groningse voetbal sindsdien niet geboekt.

Ook andere sporten van Britse origine, zoals cricket, bloeiden op in neutraal Nederland. Rugby werd aan het eind van de 19de eeuw al wel gespeeld, maar nog niet in officieel wedstrijdverband. Dat veranderde dus met de Eerste Wereldoorlog. In 1918 richtten studenten aan de technische hogeschool in Delft de Delftsche Studenten Rugby-Club op, de oudste van het land.

Overal in Nederland demonstreerden geïnterneerde Britten hun stoerste sport voor een groot publiek. Zo ook in 1916 op het veld van voetbalclub Frisia in Leeuwarden. 'Propagandawedstrijd van het Engelsche spel Rugby Football', staat op de uitnodiging te lezen. De idealen van commandant Henderson gingen gelijk op met de commerciële motieven van de Leeuwardense zakenman Roelof Buisman, tevens consul van Engeland.

2.500 toeschouwers betaalden ieder 40 cent om getuige te zijn van wat de eerste interland op Nederlandse bodem werd. Henderson had zijn rugbyende manschappen verdeeld in Schotland en Engeland. Onder de laatsten: Frederick Glassborrow, overgrootvader van de Britse prinses Kate.

'To the memory of the fallen and the future of the living.' Honderd jaar later herleeft de geschiedenis aan de Langdeelstraat in Leeuwarden. Het embleem van de klaproos, aan de andere kant van de Noordzee op dit moment kledingvoorschrift, prijkt op menig kledingstuk. Zo ook op de jas van Jouke Lemke, voorzitter van Greate Pier.

Lemke, een man met het formaat van een Amerikaanse ijskast, is zo trots als een aap gastheer te mogen zijn van deze bijzondere ontmoeting. Net als een eeuw geleden is de interland tussen aanhalingstekens 'een geweldige impuls voor rugby'. Die impuls beperkt zich ditmaal tot de club die is vernoemd naar een Friese krijger van vijf eeuwen geleden.

Na hun overtocht eerder deze week zijn de twee teams opgevangen in de kazerne van hun collega's op vliegbasis Leeuwarden. Normaal gesproken hadden ze in Portsmouth tegenover elkaar gestaan in het kader van de Inverdale Cup. Nu is dat buiig en kil Friesland, waar doedelzakspelers ze vooraf gaan en eerst een minuut stilte in acht wordt genomen ter herinnering aan de gevallenen.

De verplaatsing is een initiatief van stichting MAD. De afkorting staat voor Make A Difference en de bedoeling is om de Nederlandse samen-leving vertrouwd te maken met traditionele rugbywaarden als teamwork en fairplay. 'Net als commodore Henderson dat deed', aldus voorzitter Ken Wright.

In 2016 trekt de impuls lang niet zoveel publiek als in 1916, maar dat kan met de buien en de kilheid te maken hebben. Nog een verschil met een eeuw geleden: toen won 'Engeland' met 16-12. Nu wordt het 22-8 voor 'Schotland'.

Door Bart Jungmann.