Nieuws

​Brenda Ottjes | Onbaatzuchtige buitenbeen tegen wil en dank

Delen

​Brenda Ottjes | Onbaatzuchtige buitenbeen tegen wil en dank

LEEUWARDEN – Om eerlijk te zijn, Brenda Ottjes keek bepaald niet uit naar dit interview. De directeur van Tûmba wilde graag vertellen over het Museum of Love, bidbookproject van Leeuwarden-Fryslân 2018, maar om in plaats daarvan de eigen ziel bloot te leggen; daar had ze weinig trek in. ,,Ik ben lang blijven worstelen. Ik beschouw mezelf als een open en geëmancipeerd mens. En toch heb ik nooit de behoefte gehad om mijn privéleven met de wereld te delen.”

‘Mijn verhaal’, zoals Ottjes het noemt, begint in Nieuwe Pekela. Brenda Ottjes groeide op als dochter van een vader die als adjunct-directeur op een lagere technische school werkte. Moeder was huisvrouw en ze had een oudere broer en zus. In de kleine gemeenschap in het oost-Groninger dorp, dat met Oude Pekela in 1990 opging in de nieuwe gemeente Pekela, was de historisch gegroeide armoede en het socialisme voelbaar, ook al waren haar ouders vrijzinnig gereformeerd. ,,Thuis en op school werd veel over politiek gesproken en dat vond ik interessant. Mijn vader gaf me mee dat je een beschaving herkent aan de manier waarop er met minderheden wordt omgegaan.”

Anders

Toen ze een jaar of twaalf was, werd ze zich bewust van haar homoseksuele gevoelens. Thuis vond niemand dat een probleem, maar hoe goed bedoeld die intenties ook, Brenda voelde dat ze anders was. ,,De dominee reageerde bijvoorbeeld positief, maar op christelijke scholen waren leraren ontslagen vanwege hun seksuele geaardheid.” Ook liet de oma van Brenda weten ,,geen voorstander” van homoseksualiteit te zijn. ,,Bij ons op school was homo geen scheldwoord zoals nu gebruikelijk is. Maar hetero was de norm en daaraan voldeed ik niet.”

Ze worstelde met het gelijkheidsbeginsel dat ineens niet meer van toepassing scheen op haar. Op papier stond het er nog wel zo mooi: iedere burger heeft recht op gelijke rechten en een gelijke behandeling. Het is zelfs een Nederlands grondrecht. ,,Maar hoe reageert de wereld op jou en wat doet het met je, op het moment dat jij je ware gevoelens uit? Het was niet veilig.” Brenda ervoer een ongemakkelijk psychologisch effect van het anders-zijn. Ze stond soms, ongevraagd en tegen haar zin, buiten de groep. ,,Daar ligt misschien wel de oorzaak van m’n terughoudendheid over mijn persoonlijk leven.”

Verkering

Brenda kreeg als vijftienjarige verkering met een meisje en daarna, toen dat uit ging, met een jongen. Hij wist dat ze eigenlijk op vrouwen viel, maar ,,we waren hechte maatjes” en hij koesterde de vriendschap met Brenda. Ze deelden een dagboek en wisselen het boek tot op de dag van vandaag eens per jaar uit. ,,Ik heb hem onlangs gevraagd of hij het niet moeilijk vond, om met een meisje te gaan dat niet naar jongens keek. Hij antwoordde ontkennend en vertelde me bovendien dat ik zijn wereld breder maakte.” Brenda keek kortgeleden weer in het dagboek en las ,,dat hij het toch moeilijk had gehad met mijn seksuele voorkeur.” Ze bleven uiteindelijk drie jaar bij elkaar. ,,De verkering was best prettig en veilig. Niemand deed moeilijk. Maar het zat mij natuurlijk wel dwars. Ik leefde niet het leven dat ik wilde leven. Bovendien vond ik het niet fijn om als hetero gezien te worden; heteroseksualiteit associeerde ik als puber met saaiheid.”

Kraken

Toen ze zeventien jaar was en de havo met een diploma verliet, ging ze Frans en maatschappijleer studeren. Ze liet Nieuwe Pekela achter zich en verhuisde naar Leeuwarden. Vanuit een piepkleine woning aan de Wetstraat - de volledige leefruimte was niet groter dan drie bij drie meter - bouwde ze haar sociale leven op. Ze had een Frans vriendengroepje en trok op met een – veel – maatschappijkritischer rebellenclub. Die laatste groep bestond grotendeels uit krakers.

De fanatiekste krakers vertrokken rond 1985 naar Amsterdam en Groningen. In Leeuwarden bezette een kleine kern achterblijvers een pand aan de Kruisstraat. ,,Er was een café en activiteitencentrum. We vierden er het Koerdisch nieuwjaar, organiseerden allerlei bijeenkomsten en hielden vrouwenavonden. Op zondag gingen we volleyballen en soms werd er tot diep in de nacht getafeltennist.” Het pand, dat ’t Koetshús heette, kreeg na verloop van jaren steeds meer het karakter van een opvanghuis voor weggelopen jongeren. Door de toegenomen drukte, regeerde de chaos en de teloorgang van het centrum was niet tegen te houden. ,,Ik heb daar geleerd om buiten de kaders te leven.”

Brenda Ottjes was een jaar of twintig toen ze als vrijwilliger aan de slag ging bij de Werkgroep tegen Vrouwenhandel. Ze zocht jonge vrouwen op die gedwongen in de prostitutie werkten. Ze hielp een achttienjarige moeder uit de Dominicaanse Republiek van wie de baby door haar pooier was afgenomen. ,,Hij wilde de baby verkopen, maar we hebben het tegen kunnen houden.” De vrouw kreeg dankzij de werkgroep een woning in Leeuwarden toegewezen. Bij het Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (COS) hield ze zich bezig met het onderwerp Vrouwen en Islam. Ze maakte zich sterk voor eerlijke handel en leverde een aandeel in de eerste levering van fairtrade-bananen naar Fryslân.

Ze nam het op voor uitgeprocedeerde vluchtelingen die in de gevangenis terechtkwamen. ,,Dat was nieuw, dat mensen zonder strafblad en proces opgesloten werden. Verbijsterend vond ik dat. Mijn beeld van een rechtsstaat viel in duigen.” In de cellen van De Blokhuispoort sprak ze met Franstalige asielzoekers. ,,Die jonge jongens waren meestal heel gedeprimeerd. Verbaasd ook, omdat ze gehoopt hadden op een menswaardiger ontvangst. Ik heb gezien hoe een getraumatiseerde vrouw in detentie haar baby niet meer voedde. De gevolgen van nergens thuis horen en de vernedering van gevangenschap.”

,,Het was geen liefdadigheid. Ik zag het als een politieke keus. Jan Marijnissen zei ooit dat solidariteit ‘goed begrepen eigenbelang’ is. Dat is volgens mij ook de kern van de Zuid-Afrikaanse Ubuntu-gedachte: ik ben omdat wij zijn.”

Het vmbo

Brenda Ottjes ging naast het maatschappelijk-politieke werk lesgeven. Ze deed het in totaal tien jaar. Op een basisschool in Harlingen onder meer en later aan het vmbo AOC Groen in Leeuwarden en de mavo Piter Jelles in Kollum. Ze hekelt het stigma van het vmbo. Ergo, ze trof er geen ongemotiveerde herrieschoppers, maar herkende zich op de eerste plaats in de anders voelenden. ,,Ik verplaatste me gemakkelijk in die kinderen. Ze hebben mij veel geleerd. Maar ik vond het wel een pittige baan, ik was geen natuurtalent.” Brenda Ottjes werd voor de klas assertiever en minder perfectionistisch. En als er dan een stigma moet gelden: ,,Leerlingen op het vmbo zijn door hun directheid over het algemeen heel open en toegankelijk.”

,,Toen ik in het onderwijs begon, adviseerde een collega me niet te vertellen dat ik een vriendin had. Er was eerder een homoseksuele docent weggepest, zei ze. Een slechter advies had ze me niet kunnen geven. Na een jaar besloot ik dat dit niet goed was: als leerlingen me er naar vroegen wilde ik eerlijk zijn. Je bent immers ook rolmodel.”

Na tien jaar onderwijs kreeg ze de kans om bij Tûmba te gaan werken. Bij het centrum voor wereldburgerschap en gelijke behandeling. In haar strijd voor gelijkheid had ze ineens een stevig gereedschap in handen. Ze registreerde discriminatieklachten en hielp, waar nodig, de gedupeerden aan sociaal- juridische bijstand. ,,We hebben toen hard gewerkt aan nieuwe wetgeving en het versterken van een landelijke netwerk van antidiscriminatievoorzieningen.” Vier jaar geleden volgde ze Ate de Jong als directeur op. ,,Hij leerde me het vak. Dat deed hij door me in de aanloopjaren intens te betrekken bij zijn afwegingen, twijfels over eigen keuzes en door me mee te nemen in processen die tot succes leidden. Ate was mijn leermeester.”

Museum of Love

Brenda Ottjes is producer van het Museum of Love, een tijdelijk pop-up museum gedurende 2018 dat zal bestaan uit exposities, beeldende kunst, literatuur, theater, dans, spektakel, filosofie en dialoog. Er komt, op een nog nader te bepalen plek, een fysiek museum en daarnaast een virtueel contactnetwerk.

Centraal staat de Amor Mundi: de liefde voor de wereld van de joodse filosofe Hannah Arendt (1906-1975). ,,Alle westerse filosofen zien de mens als een sterfelijk wezen. Maar bij Hannah Arendt is de mens een geboortelijk wezen: je kunt altijd opnieuw beginnen, iets nieuws starten, het verleden achter je laten, iets maken, je op een nieuwe manier in de wereld bewegen, iets ondenkbaars teweeg brengen. Dat is zo’n krachtige en positieve manier van kijken, dat we hier ons Museum of Love over willen laten gaan. Wat is liefde? Wat is van waarde? Wat helpt om ons te verbinden? Welke keuzes maken we? Wie willen we zijn? Wat voor samenleving creëren we? Dát is het onderzoek dat we met kunstenaars en publiek aangaan. We willen de Liefde over de grenzen van het privédomein tillen.”

De foto is gemaakt door Ruben van Vliet